Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Eerste Hulp Bij Fietsongelukken

Een wielermaat die uitglijdt over een kalkstreep op het wegdek, een automobilist die pardoes een fietser schept, een verkeersremmend obstakel dat over het hoofd wordt gezien… Een ongeluk op de fiets zit in een klein hoekje. Grinta! geeft Eerste Hulp Bij Fietsongelukken.

Hoezeer de infrastructuur ook wordt verbeterd en hoeveel bewustwordingscampagnes er ook worden gevoerd, ongelukken met wielertoeristen zullen nooit tot 0 teruggebracht worden. Ongewild maakt iedereen vroeg of laat een valpartij mee. Meestal gaat het om een botsing met een vluchtheuvel, paal of andere verkeersremmer. Maar het kan ook zijn dat een toerist niet gewend is te rijden in een groep en zich daardoor een ongeluk voordoet. Mensen praten onderweg, trappen stevig door, raken vermoeid en zijn zo minder geconcentreerd.

Gebruik je smartphone

Het is verstandig om goed voorbereid op pad te gaan. De smartphone mag tegenwoordig niet meer ontbreken als je van huis gaat voor een rit. Hij is niet alleen belangrijk om hulp in te schakelen bij nood, maar ook vanwege het GPS-signaal. Er zijn applicaties waarmee je gemakkelijker te traceren bent. Dat is handig voor als je bijvoorbeeld buiten bewustzijn bent of bij een botbreuk niet meer in staat bent de smartphone uit de shirtzak te grissen. Ook bij een val in het ‘onbekende buitenland’ kan GPS uitkomst bieden.

Je kunt je telefoon verrijken met tal van handige applicaties, zoals In Case of Emergency (ICE). Daarin verzamel je allerlei persoonlijke en medische gegevens die hulpverleners kunnen gebruiken als je onderweg onverhoopt tegen het asfalt bent gegaan en niet meer aanspreekbaar bent. Iedere seconde kan belangrijk zijn en dus geldt: hoe meer broeders van je weten, hoe beter. De applicatie geeft onder meer aan wie je bent, wat je bloedgroep is, of je een allergie hebt en welke medicijnen je gebruikt. Ook staat een telefoonnummer van het thuisfront vermeld.

Voor de mensen die niet over een smartphone beschikken of het toestel niet willen blootstellen aan een fietsrit: er zijn tevens polsbandjes op de markt die dit soort informatie bundelen. Daarnaast kun je ervoor kiezen om op de fiets een sticker te plakken met wezenlijke gezondheidsinformatie. Vermeld daarop bijvoorbeeld dat je suikerziekte of epilepsie hebt. Besef wel dat de racefiets of mountainbike na een val een eind bij je vandaan kan liggen en dat omstanders daar op zo’n moment niet direct naar kijken. Informatie ‘op je lichaam’ is het beste.

EHBO-protocol

Na een ongeluk dienen fietsers het standaard EHBO-protocol in acht te nemen. Breng jezelf of de medefietser die is gevallen eerst in veiligheid, voordat je zo nodig de hulpdiensten alarmeert. Bekommer je niet direct om de fiets, hoe dierbaar die ook is, maar schat de ernst van de situatie in. De persoon met de meeste ervaring in hulpverlening ontfermt zich over het slachtoffer, de rest ondersteunt en zoekt eventueel hulp. Deze taakverdeling voorkomt paniek; het gezond verstand moet zijn werk doen.

Het slachtoffer geeft zelf, als dat tenminste kan, een indruk van zijn toestand. Niemand anders kan dat beter aanvoelen. Is hij in staat om verder te rijden? In de meeste gevallen gaat het om kneuzingen en schaafwonden. Met een ontsmettingsmiddel en een steriel verbandje dat je op zak hebt, kun je al veel belangrijk werk verzetten. Zelf de wonde spoelen met water uit je drinkbus is een optie. Bij ietwat ernstiger ongemak is de fietser soms in staat de pijn te verbijten en naar huis te peddelen. Maar bij een zware hoofdkwetsuur is het aan te bevelen geen meter meer te rijden, ook al zijn de klachten nog zo licht. Er kan sprake zijn van een hersenbloeding die bij hervatting mogelijk toeneemt.

Soms is de situatie dusdanig penibel dat een ambulance wordt verwittigd. In afwachting van de hulpdiensten moet je niet bij de pakken neerzitten. Controleer of je fietsmaat bij bewustzijn is, ga na of er een polsslag is en zorg dat de luchtwegen vrij zijn. Sommige mensen hebben een kunstgebit dat bij de val is losgeraakt. Verwijder dat met je vingers, net als zand en andere vreemde voorwerpen die bij de val in de mond terecht kunnen zijn gekomen.

Daarnaast leg je je wielermaat in de stabiele zijligging. Die wordt gebruikt als een slachtoffer buiten bewustzijn is, maar wel een stabiele ademhaling heeft. De stabiele zijligging zorgt ervoor dat de luchtwegen vrij blijven en de tong niet in de keel kan zakken. Maar pas op: niet in alle gevallen is de stabiele zijligging gewenst. Wees voorzichtig bij mogelijk letsel aan de borstkas, de wervelkolom, het bekken en de ledematen. In die gevallen houd je de luchtwegen beter vrij door de kinlift.

Als de sporter buiten bewustzijn is, niet ademt of geen polsslag heeft, is directe reanimatie noodzakelijk. Dit is een specifiek karwei, begin er niet aan zonder opleiding. De Vereniging voor Sport- en Keuringsartsen (SKA) zou graag zien dat EHBO (en dus ook reanimatie) een verplicht vak wordt op scholen. Zo kan iedereen zijn medemens in geval van nood van dienst zijn.

Meer comfort

Zorg in afwachting van de hulptroepen dat je de situatie voor het slachtoffer wat comfortabeler maakt. De holte tussen het hoofd en de romp kan ondersteund worden, bijvoorbeeld met een jack of truitje. In sommige gevallen kan kleding beknellend werken. Het is daarom goed om onderweg een klein schaartje bij je te hebben. Daarmee knip je de kledij aan stukken en kun je een helm die maar niet van het hoofd wil komen gemakkelijker verwijderen.

Soms regent het of is de temperatuur allesbehalve aangenaam. Om onderkoeling tegen te gaan is het bevorderlijk om een isolatiedeken bij je te hebben en dat voorzichtig om het slachtoffer te wikkelen. Abrupte afkoeling na een ongeval komt de gezondheid niet ten goede. Sterker nog: bij levensgevaar kan de lichaamstemperatuur verband houden met de overlevingskansen. Isolatiedekens zijn heel compact en dus gemakkelijk mee te nemen. Ze doen overigens ook dienst doen bij warmte doordat het zilveren oppervlak zonlicht weerkaatst.

Extremen

Bij fietsers komen enkele letselsoorten en klachten veelvuldig voor. Een renner zit met zijn voeten vast in de klikpedalen en komt daardoor vaak als eerst ten val op zijn knie, heup of schouder. Zeker bij de ietwat oudere toerist, met doorgaans broze botten, kan dat soms tot vervelende breuken leiden. Een klassieker onder de botbreuken is de sleutelbeenbreuk. Een fietser rijdt met hoge snelheid, heeft zijn stuur vast en heeft bij een valpartij geen tijd om zijn handen te verzetten. Daardoor komt hij op de schouder terecht.

Een botbreuk zoals bij het sleutelbeen wordt al snel als zodanig herkend. Mensen kunnen het niet meer bewegen, soms wordt de arm ondersteund met een hand om de pijn enigszins te verlichten. Een sleutelbeenbreuk is heel vervelend, maar nog niet het grootste probleem. Een fietser kan bijvoorbeeld bij een botsing of val een ribbreuk oplopen. En een gebarsten rib kan op zijn beurt een long perforeren met als gevolg een klaplong en problemen met de ademhaling. In dat geval holt de longcapaciteit achteruit en is dringende hulp nodig.

Fietsers kunnen na een ongeval ook klagen over pijn in de buikstreek. Mogelijk heeft de toerist bij het ongeval het stuur in zijn buik gekregen en is daarbij letsel ontstaan, bijvoorbeeld een scheur in de milt. Dat is een levensbedreigende situatie. Ook in dit geval geldt dat fietsers zo snel als mogelijk professionele hulp moeten krijgen. Fietsers kunnen wel een voorzorgsmaatregel treffen: zorg ervoor dat de uiteinden van een stuur netjes zijn afgewerkt. Is het stuur aan de buitenzijde hol, dan werkt het als een mes omdat de snelheid maar al te vaak hoog ligt. Er is dan een grotere kans op zwaar letsel als een miltbloeding.

Soms treden na een val hevige bloedingen op. Het is zaak om die goed af te binden. Dat kan doorgaans op twee manieren. De voorkeursmethode is dat je druk op de wond behoudt door hem bovenop in te pakken met een drukverband. Neem daarom altijd steriel verband mee onderweg, in het zadeltasje neemt het nauwelijks ruimte in. De wond spoelen, ontsmetten en bedekken is belangrijk, omdat een val op de weg of in het veld of bos kan leiden tot infecties.

Als de wond te groot of te diep is, bijvoorbeeld bij een slagaderlijke bloeding, dan kan het noodzakelijk zijn om de bloedtoevoer boven de wonde als het ware af te sluiten. Dit om te groot bloedverlies te voorkomen. Soms werkt drukverband hier niet bij. Je kunt creatief zijn door een reservebinnenband te gebruiken. Een tip: noteer altijd het tijdstip waarop een ledemaat is afgesnoerd, omdat een ledemaat niet te lang zonder bloed kan. Voor de hulpdiensten is dit waardevolle informatie.

Check

· Smartphone (met handige applicaties geïnstalleerd)
· Persoonlijke informatie (identiteitsbewijs, noodnummer, medische gegevens)
· Schaartje
· Isolatiedeken
· Steriel driehoeksverband
· Tienjaarlijkse inenting tegen tetanos
· Gezond verstand

Stabiele zijligging

1. Kniel naast het slachtoffer aan de kant van zijn gezicht. Zorg dat zijn benen gestrekt zijn en leg de dichtstbijzijnde arm in een rechthoek met het lichaam.
2. Leg de andere arm over de borst, met de handrug naar de wang en houd deze vast.
3. Buig het achtersten been van het slachtoffer omhoog. Heup en knie komen in een rechte hoek van 90 graden te staan. Trek dit been naar je toe.
4. Houd de handrug van het slachtoffer tegen de wang gedrukt en draai totdat zijn elleboog de grond raakt.
5. Plaats het bovenste been in een rechte hoek met de heup.
6. Kantel het hoofd iets naar achteren, met de hand onder de wang, en controleer de ademhaling.

Kinlift

1. Kantel het hoofd van het slachtoffer naar de neutrale positie (neus omhoog).
2. Plaats één hand op het voorhoofd en kantel het hoofd voorzichtig naar de neutrale positie.
3. Plaats van de andere hand twee vingers onder de kin en breng deze voorzichtig omhoog.